Na vele verzoeken, smeekbeden en zelfs bedreigingen is het dan zover. Een update van Bart in England, alleen dan vanuit Jordanië.
Na vier dagen in Nederland te zijn geweest kom ik op woensdagnamiddag 24 juni aan op Birmingham International en pak de trein naar Canley. Ik was eigenlijk van plan om te beginnen met inpakken maar ik val om 8 uur als een blok in slaap en wordt niet wakker voor donderdag 9 uur ‘s ochtends. Om 2 uur moet ik mijn punten ophalen en dezelfde avond nog gaan we uit eten om de uitslagen te vieren. Ik begin dus als een gek met inpakken en verbaas me hoe veel rotzooi een mens verzamelt in 9 maanden. Doos na doos wordt volgestouwd, en daarna moeten er nog 3 wassen gedraaid worden om alle lakens, kleren en handdoeken schoon te krijgen. Na het uit eten gaan ben ik nog maar halverwege en tegen de tijd dat ik klaar ben is het 6 uur ‘s ochtends. De chauffeur van het verhuisbedrijf belt anderhalf uur later om te melden dat hij tussen half 9 en half 10 zal arriveren. Geen tijd meer dus om te slapen. Later word ik weer gebeld – de chauffeur heeft vertraging en arriveert ergens tussen half 10 en 12. Om half 10 ren ik nog even snel naar de kliniek om mijn laatste Hepatitis B-shot te halen. Nadat de chauffeur einddelijk de dozen heeft opgehaald moet ik om een uur of 3, na meer dan 30 uur wakker te zijn geweest, toch echt even een dutje doen. Daarna de laatste dingetjes gedaan, film kijken en dan vroeg naar bed. Volgende dag om 10 uur ‘s ochtends de bus naar Heathrow, Eneko op het vliegtuig naar Madrid zetten en daarna zelf inchecken voor de vlucht naar Amman, Jordanië.
De vijf uur durende vlucht verloopt redelijk voorspoedig. Het vliegtuigvoedsel was best redelijk – white fish with cheese sauce – en die schermpjes in de stoelen zijn natuurlijk altijd leuk, al was het film- en muziekmaanbod abominabel. Maar het meest irritante was toch het meisje in de stoel linksachter mij. Hoe kan een kind 5 uur lang krijsen zonder schor te worden? Ik doe het haar niet na.
Met enige vertraging landen we om half 1 plaatselijke tijd (half 12 Nederlandse tijd en half 11 Engelse tijd) in Amman. Na de grenscontrole en baggage claim mag ik in de aankomsthal op zoek naar Jamel, de jongen die mij zou oppikken. Na hem gevonden te hebben – duurde ongeveer 5 seconden – blijkt er een heel welkomstcomité te zijn: Abed (mijn AIESEC-”buddy”, d.w.z. eerste contactpersoon hier) en Sale (geen idee of ik dat goed spel) vergezellen hem. Ik krijg ook meteen een telefoon in mijn hand geduwd met Abeer aan de andere kant van de lijn – de Vice President Public Relations and communication van AIESEC Irbid. Communiceren kan ze in ieder geval want in een stortvloed van woorden maar in vloeiend Engels worden alle voorbereidingen die getroffen zijn uiteengezet. Ik krijg een Jordaanse SIM-kaart in mijn handen geduwd, mijn koffer wordt van mij afgepakt en voor mij gedragen en ik word dezelfde nacht nog naar Irbid gereden, een rit van ongeveer anderhalf uur. Jamel is onze bestuurder die met 150 in het pikkedonker over de weg racet als een maniak. Maar goed, dat doet iedereen hier. Omdat mijn appartement nog niet geregeld is mag ik de eerste nacht in het appartement van Jamel en zijn 4 huisgenoten doorbrengen. De een is nog gastvriendelijker dan de andere en in soms wat hakkelend Engels wordt uitgelegd hoe ik de dekselloze WC moet doorspoelen en dat ik maar moet doen alsof ik in Nederland ben, alleen dan in Jordanië. In de kamer waar ik lig brokkelt de verf van alle muren, is het tapijt gescheurd en is de spiegel zo te zien al meerdere malen weer aan elkaar geplakt. De kamer heeft geen bureau, alleen een kast en een bed. De muren zijn volledig kaal op een verzameling posters van FC Barcelona na. Het huis is verdeeld in twee kampen: Madrid en Barcelona. Teleurgestelde gezichten wanneer ik hun het antwoord schuldig moet blijven wie mijn favoriet is.
Na een nacht heerlijk geslapen te hebben is het huis ‘s ochtends bijna leeg, op één jongen na, waarvan ik stom genoeg de naam al weer vergeten ben. Zoveel namen in 2 dagen is al moeilijk genoeg zonder dat het allemaal Arabische namen zijn. Hij verontschuldigt zich wel twintig keer voor zijn Engels, dat heus zo slecht nog niet is. Alle opleidingen aan de universiteit zijn immers in het Engels. De anderen zijn naar college; vorige week is het zomertrimester begonnen. Dit trimester is vrijwillig en is een soort Summer School, maar iedereen doet het. Rond een uur of 11 komen Aber, Jamel en nog wat andere huisgenoten terug van college. Al snel word ik weer in de auto geduwd om Abeer en Suzanne te ontmoeten, nog twee AIESECers. Met hoofddoekje om, trendy zonnebrillen op en schoolboeken onder de arm laat Abeer wederom zien waarom zij hoofd communicatie is, of zoals Jamel het bracht: “Abeer is just… Talk talk talk talk talk”. We zetten Abeer en Suzanne af bij mijn appartement. Terwijl zij het opruimen word ik met de auto een rondje door de stad gereden op zoek naar een pinautomaat, om aan te wijzen waar het ziekenhuis is en om te onbijten met falafel en humus. Daarna pikken we Suzanne en Abeer weer op en lopen we met zijn allen naar de campus van de Universiteit van Yamouk aan de overkant van de straat waar AIESEC haar kantoor heeft en waar ik word voorgesteld aan nog meer mensen van het team. Later op de middag wordt het contract voor mijn appartement getekend, de huur betaald en de sloten vervangen. De Jordaanse gastvrijheid is wat dat betreft geweldig. Het huurcontract wordt gemoedelijk besproken onder het genote van een drankje en ik krijg na afloop het telefoonnumer van de makelaar met de opdracht hem te bellen als ik iets nodig heb, of het nou met het huis te maken heeft of niet. Het appartement wordt door Abed nog aan een laatste inspectie onderworpen en alles lijkt in orde te zijn. Luxe is het natuurlijk niet voor Nederlandse standaarden, maar het is zeker niet slecht. Drie slaapkamers, een badkamer en nog een tweede toilet, grote keuken, woonkamer en nog een “Arabische woonkamer” met kussens op de grond om op te zitten. Er wordt mij ook gewezen waar de watermotor zit, want in plaats van leidingen komt er wekelijks een “watertaxi” met water dat vervolgens door de watermotor naar het resevoir op het dak moet worden getransporteerd. Jordanië heeft net als veel andere landen in de regio een groot watertekort en sommige mensen geloven dat Jordanië binnen 20 jaar volledig zonder water zal zitten. Irbid heeft het wat dat betreft echter redelijk goed. Het water hier komt van een dam in het zuiden van Syrië. Steden in het zuiden en oosten van Jordanië hebben het minder goed. Als je warm wilt douchen moet je eerst de waterboiler aanzetten en dan kan je na 15 minuutjes met lauw-warm water douchen.
Over een halfuurtje word ik weer opgepikt door Mohammad en Abed om uit eten te gaan. Pizza Hut, McDonalds en KFC zijn allemaal aanwezig in de University Street, maar ik heb gevraagd om iets traditioneler uit eten te gaan, dus ik ben benieuwd. Dusver is het in ieder geval een geweldige ervaring. Alles is goed geregeld en de mensen van AIESEC hier zijn een mooie verzameling sympathieke figuren. Suzanna en Abeer met hun hoofddoekjes om zijn vlotter dan menig Nederlandse doos; Abed is een stevige gozer die met een biertje en sigaret in de hand in goed Engels alles doet om je welkom te laten voelen; Mohammad is een hele aardige jongen die nog nooit buiten Jordanië is geweest maar niet kan wachten om zelf op uitwisseling te gaan, hij blijft maar vragen wat het leukste Europese land is, of je beter Italiaans of Frans kan leren en of het echt zo is dat Duitsers weigeren iets anders dan Duits te praten, maar hij vertelt ook vol passie over de korte films die hij regisseert met een flimclub op de universiteit; als laatste heb je Jamel die rijdt als een maniak en een beetje verlegen is omdat hij denkt dat zijn Engels niet goed genoeg is. Allemaal onzin eigenlijk want de meeste Nederlanders kunnen nog wat van de Jordaanse studenten leren als het om Engels gaat. En als het om gastvrijheid gaat is Nederland al helemaal geen partij meer. Dusver is Jordanië geweldig.

Zeg Mohammad maar dat Duitsers erg zijn, maar dat dat niks is vergeleken met Fransen
Boh, ik kan niet wachten op je eerste lading foto’s..
*Hint*
Hey Bart,
Mijn moederhart is weer helemaal gerust
Heelhuids aangekomen, een warm onthaal en weer een dak boven je hoofd. Helemaal goed. Ben heel benieuwd naar je verdere Jordaanse avonturen. Groetjes van ons allemaal, uit een -misschien wel bijna net zo warm als in Irbid- Maastricht.
Hi (verre) neef,
Via een recent mailtje van je moeder ben ook ik nu op de hoogte gebracht van jouw ‘blog’.
Leuk om op deze manier jouw ‘avonturen’ te kunnen volgen.
Maak er wat van in die zandbak tussen die kamelen.
Succes !
Gr.
Een (ver) oompie uit Haarlem.
En dat was weer 3 maanden geleden. Hup Bart!
Dit is neither een smeekbede, neither een bedreiging – but this is just getting pathetic now
– either kill it off or get it going again!
Meanwhile, hope you’re doing OK.
Nog 3 dagen en dan heb je officieel een half jaar NIKS aan je blog gedaan…